Reisverslag Zuid-West Canada

7 t/m 31 juli 2004
NB: de blauw-omrande foto's bevatten een filmpje!

Woensdag 7 juli
Arnhem - Vancouver
Klokslag 07.30 uur haalt Richard ons op. Doordat er flink wat file op de A12 was, kwamen we precies om 09.30 uur op Schiphol aan. Direct inchecken en vervolgens zien we op het scherm staan dat onze vlucht drie kwartier vertraging heeft. Dan eerst maar eens lekker koffie drinken.
De vlucht verliep verder zonder incidenten en na 9½ uur vliegen tegen de klok in (in British Columbia is het 9 uur vroeger dan in Nederland) landden we om 13.00 uur in Vancouver. Tussen 2 bustickets of 1 taxirit zit weinig verschil, dus lekker luxe met de taxi naar Down Town. Het is bewolkt en ca. 20 graden. Ons hotel, Comfort Inn, ligt centraal en ziet er netjes uit. Beneden is een pub, dus kan er weinig misgaan.
's Middags de grote winkelstraat op en neer gewandeld tot aan de kade en op een terrasje de eerste “Canadian” gedronken, een prima biertje. Nou ja, zeg maar bier! De glazen zijn hier flink groot.
Tegen vijfen slaat de jetlag toe en dus maar even twee uurtjes dutten. Vervolgens beneden de pub in voor een lasagne en nog een Canadian. Om kwart voor negen zitten we er helemaal door.

Donderdag 8 juli
Vancouver / Comfort Inn Down Town
Ons lichaam heeft nog wat moeite met de nieuwe tijdzone. Eigenlijk zijn we om vijf uur al wakker, maar we redden het tot 07.15 te blijven liggen. Douchen, aankleden, ontbijten en voor negenen lopen we al door Vancouver.
Eerst naar Gastown, de oudste van Vancouver. De wijk is vernoemd naar 'gassy' Jack Deighton, een Engelse zeeman die hier zo'n 150 jaar geleden een café begon. In 1970 is de wijk uitgeroepen tot Historic District waarna het volledig gerestaureerd werd. Het is een leuke wijk geworden met volop restaurants, cafés en boetiekjes. Bezienswaardig is de Steam Clock die op de hoek van de Water en Cambie Street staat. Deze stoomklok is ieder kwartier te horen (én te zien).
Vervolgens doorgestoken naar Chinatown. Met de vele Aziaten in Vancouver vraag je je af of je wel op het juiste vliegveld bent uitgestapt. Nou, in Chinatown zagen we helemaal geen bleekgezichten meer. Op San Francisco na wonen in deze wijk de meeste Chinese immigranten van Noord-Amerika. Allerlei waren zijn te verkrijgen in de Chinese winkeltjes maar onbegrijpelijk hoe ze toch allemaal hetzelfde lijken te verkopen. Na een korte wandeling door de wijk gaan we verder naar Stanley Park met de bus. Die rijdt tot in Stanley Park, ideaal dus. Het park is best mooi en we hebben het helemaal doorkruist. Het door de oorspronkelijke Musqueam en Squamish indianen bewoonde park is vernoemd naar lord Stanley, voormalig gouverneur generaal van Canada. In het park is van alles te doen. Wandelaars kunnen gebruik maken van de 10 km lange rondweg om het park heen. Ook zijn er verschillende trails. Een van de grootste bezienswaardigheden van het park zijn de originele totempalen. Maar buiten dat alles vinden we dat ons Arnhemse Sonsbeek er niet voor onderdoet (als je me niet gelooft, kom dan maar eens in Arnhem kijken). Wél de eerste zwarte squirls gespot.
Met de bus terug naar Down Town en vervolgens via Yaletown naar Granville island gelopen. De plaatselijke (overdekte) markt biedt niet alleen een keur aan groenten, vlees, fruit en vis, maar ook boeken en 'kunst'. Inmiddels hebben we heel wat kilometers gewandeld en we voelen de voeten branden. Het weer is van bewolkt naar zonnig overgegaan en we pakken een welverdiend terrasje bij “The Bridge”. Gradus een super hamburger (waarom is alles hier toch zo groot?) en ik een salmon burger, vergezeld van de inmiddels bekende Canadian. Heerlijk plekje aan het water, dus we blijven hier een uurtje hangen. We hebben geen puf meer de hele weg over de brug terug te lopen, dus stappen we onder aan de kade op een pondje dat ons voor 2 dollar aan de overkant afzet. Vandaaruit is het nog een klein stukje lopen naar 'onze straat' in Down Town. Daar gaan we nog maar eens heerlijk met een beker koffie in de zon zitten. Aan het eind van de middag krijgen we wederom zware ogen. Nog maar even een uurtje liggen, voor we weer naar de pub beneden afzakken. Ook vanavond maken we het niet laat...

Wildlife gespot: 2 zwarte eekhoorns

Vrijdag 9 juli
Vancouver – Manning Provincial Park / Cold Spring
Weer om 07.15 uur opgestaan. Om 08.00 uur kunnen we Canadream bellen om te horen hoe laat we worden opgehaald. Vandaag krijgen we onze camper en gaat het avontuur écht beginnen! Een kleine tegenvaller is dat de shuttleservice niet naar Down Town geldt. Dat hebben ze bij het reisbureau niet verteld. Dus zijn we 35 dollar aan een taxi kwijt! Prettig is wel dat we al vroeg de camper krijgen. Om half tien staat de taxi voor, om kwart over tien zijn we bij Canadream, waar eerst een heleboel formulieren worden ingevuld, handtekeningen gezet, etc. Hier blijkt dat ook de VIP verzekering afwijkt van hetgeen we bij ons reisbureau hebben meegekregen. De eigen risico's worden 'slechts' gehalveerd in plaats van afgekocht. Maar zonder VIP zijn het allemaal wel erg hoge risico's en is ook de borgsom dubbel zo hoog. Dus toch maar afsluiten dan.
Een medewerker van Canadream (oorspronkelijk een duitser) neemt ons dan mee naar onze DVC. Wow, wat is'ie gaaf! Nee, niet die duitser, de DVC! Heel ruim, maar toch ook weer veel compacter dan de meeste campers. De uitleg duurt bijna een uur, maar er zitten in en rond de camper dan ook ontzettend veel knoppen, kleppen, inlaten, uitlaten, en weet ik wat nog meer. Mij begon het een beetje te duizelen, maar Gradus heeft goed opgelet.
Nog een laatste handtekening dat de camper in goede staat verkeert en dan staan we met de sleutel in de hand en is'ie de komende drie weken van ons. Eerst alles ingepakt (uit de tassen in de kastjes) en dan is het 12.00 uur. We starten en na een paar korte schokjes (even wennen zo'n automaat) rijden we dan toch het terrein af. We pakken Freeway 1 westwaarts richting Hope. Het eerste deel van de weg is niet echt mooi en erg druk, maar vlak voor Hope wordt het prachtig. In Hope de nodige boodschappen gedaan om de inwendige mens te verzorgen. Gradus zoekt in de supermarkt meteen naar de packs Canadian, maar alcohol wordt alleen in de zgn. Liquor stores verkocht. Na de inkopen koersen we verder naar Manning Provincial Park. De omgeving wordt steeds mooier, maar inmiddels is het al half vijf, dus op zoek naar een camping. Het wordt Cold Spring, een park campground zonder voorzieningen, maar met mooie ruime plaatsen, een picknicktafel en een kampvuurstekkie. Helaas werkt het weer niet mee, het is inmiddels gaan regenen, dus binnen in de camper een hapje klaargemaakt. Op de camping staat niets waar je het staangeld kan achterlaten, maar dat blijkt ergens in de avond door een ranger te worden opgehaald. Nog even lekker gelezen en om kwart over tien slapen.

Wildlife gespot: 1 hertje

Zaterdag 10 juli
Manning Provincial Park – Revelstoke / West Canada RV Park
Thuis zou ik er niet vrolijk van worden, maar hier is het heerlijk om weer om 7.00 uur te ontwaken. Even wassen en dan een lekker ontbijtje klaarmaken. Alles vervolgens vastzetten en dan weer op pad.
Hit the road!!We volgen Freeway 3 tot Princeton en slaan dan noordelijk af op de 5A naar Merrit. Wat betreft natuurschoon een mooie weg, maar tóch niet aan te raden vanwege het slechte wegdek. Geloof me, van 80 km constant hobbelen wordt je niet vrolijk! Wel passeren we een aantal prachtige Lakes. Vlak na Merrit drinken we koffie langs de weg in het Monc Provincial Park, we staan aan de rand van een Lake, waarvan ik de naam nergens kan terugvinden. Wel heerlijk met zo'n camper, je stopt gewoon als je zin hebt, de keuken is bij de hand.. het geeft een heel vrij gevoel.
Via Kamloops rijden we via Freeway 1 naar Salmon Arms en vervolgen de weg richting Revelstoke. Vlak daarvoor vinden we vrij snel een geschikte camping, West Canada RV Park, netjes, mét warme douches. Eerst het verdiende biertje. Daarna gaat Gradus eerst douchen, maar vanuit de doucheruimte terug naar de camper wordt lastig, want inmiddels is er noodweer losgebarsten. Het komt echt met bakken uit de lucht. Gradus kletst onder het afdakje wat met een Canadees uit het oosten en ik wacht maar voor ik de soep warm maak.. Na zo'n half uurtje is het ergste achter de rug en knutselen we ons voedzaam doch simpel maal in elkaar. Als we willen gaan eten, ontdekken we een natte plek op de bank… ja hoor, een lek bij het linker achterraam. Da's niet fijn, want daar moeten we ook slapen! Gelukkig is het bed uit te breiden en kunnen we aan de rechterkant van de camper pitten. Dus de bank met een handdoek afgedekt en een emmertje neergezet voor de zekerheid. Dit blijkt niet overbodig, want het blijft de hele nacht regenen!

Wildlife gespot: 7 hertjes

Zondag 11 juli
Revelstoke – Banff / Mountain Tunnel Camp Ground
Wederom ben ik om 7.00 uur klaarwakker. Ik houd het nog een kwartiertje vol, maar besluit dan toch op te staan en te gaan douchen. Een héérlijk warme douche. Buiten staat de douche ook nog steeds aan. Er lijkt geen eind aan de regen te komen. Dus wederom binnen een ontbijtje en vroeg op pad. Om 9.00 uur rijden we alweer. We vervolgen de 1 via Glacier National Park. Het wordt echt steeds mooier! En Gradus is helemaal verliefd op de cruise controll. Lekker inpluggen op 90 km/h en zo golven we langs de mooiste plaatjes.
Vlak voor Golden de tank weer eens volgegooid (de Van rijdt hier 1:6) en 2 bekers koffie getapt. Jeemig, wat een ongelooflijk grote bekers. Zoveel koffie zet ik thuis als ik visite verwacht….
Via Golden rijden we Yoho National Park in en vervolgens Banff National Park. Langs de weg staan inmiddels al waarschuwingsborden in verband met overstekend wildlife. Ik speur aan een stuk door de bosrand af, maar helaas geen beest te zien. Het begin een beetje een sport te worden er een te vinden.
We eindigen in het plaatsje Banff. Dit is ons té druk en té touristisch. Maar we hebben ook geen zin om nog veel verder te rijden, dus volgen we een bordje naar de Mountain Tunnel Campground. Dit blijkt een goede gok. Het is weliswaar geen goedkope camping, maar we staan op een prachtig plekje aan de rand van het bos. We hebben elektriciteit, water en afvoer voor onze toilet en het spoelwater. Tja, moet ook af en toe gebeuren.
Bij de entree hebben we een folder meegekregen waarin staat dat we absoluut geen etenswaren buiten de camper mogen laten liggen. Er zitten in deze omgeving beren, wolven, poema's en coyotes. We moeten erg lachen als we lezen dat degenen met een huisdier, deze niet zonder toezicht buiten de camper mogen laten zitten. Dan moet je toch wel een echte sufferd zijn!
ze zijn zóó leuk!!Leuk aan deze camping is ook dat het er werkelijk stikt van de grondeekhoorns. Ze zijn niet te tellen en rennen overal rond. Achter elkaar aan of ze zitten solo te poseren op een grote steen. Als ze rechtop gaan zitten, lijken het net stokstaartjes. De camping biedt warme douches. In de omgeving zijn onnoemlijk veel mooie wandelpaden, dus besluiten we 2 nachten te boeken. Doordat we inmiddels de provincie Alberta zijn ingereden, zijn we een tijdzone gepasseerd en moeten we de klok een uur verder zetten. Het is dan ook alweer half vijf als we op onze plek staan. We wandelen een eindje richting Banff via een bospad en staan opeens bijna oog in oog met een hert. Wat een gave ervaring! We willen allebei als een gek ons fototoestel pakken, maar het hert besluit daar niet op te wachten. Shit! Vanaf nu zijn we stil en houden de ogen open, maar we zien niets meer, behalve natuurlijk de kuddes grondeekhoorns.
Na zo'n 800 meter lopen is er een klein restaurantje en omdat we inmiddels allebei rammelen, besluiten we hier te gaan zitten. Een goede keus! Vriendelijke bediening en echt verrukkelijk eten. Mijn linguine met garnalen is onovertroffen, maar vergeven van de knoflook… arme Gradus.
We wandelen op ons gemakje terug en zetten een potje koffie dat we lekker buiten aan onze picknicktafel opdrinken. Het is eindelijk droog en het zonnetje breekt zelfs door. Lekker!
Onderweg hebben we een fles witte wijn gekocht en terwijl ik mijn verslag bijwerk en Gradus van zijn muziek geniet, maken we samen het flesje kortjan. Canadese witte wijn, prima te drinken!
Het wordt de meest late avond tot nu toe (dankzij het feit dat het hier 1 uur later is, 23.00 uur!

Wildlife gespot: 1 hinde van heel dichtbij en héél veel grondeekhoorns.

Maandag 12 juli
Banff National Park
kijk naar het wapitihert op dit filmpje!Yesss, de zon staat hoog aan de hemel en de lucht is helemaal blauw! Gauw het gordijntje weer naar beneden en het bed uit. Dat spijt me niets, want het is de afgelopen nacht flink koud geweest. Het moet hier toch zeker 0 graden geweest zijn om binnen in de camper zo'n kou te laten ontstaan. Eerst maar een lekker bakkie koffie buiten. We dekken onze eigen picknicktafel en laten het ons goed smaken in de buitenlucht. Dan verschijnt er aan onze bosrand ineens een enorme Elk (Wapitihert). Geweldig! Eerst zitten we even helemaal stil te kijken, dan struikelen we over elkaar om de camera te pakken. Gradus z'n film en ik de foto's. Tot onze verbazing hadden we ons niet hoeven haasten, want de Elk besluit om lekker vlakbij onze tafel in de struiken te gaan liggen. Wát een leuke ervaring.
Na de koffie plannen maken. We besluiten vandaag eerst een kort tochtje naar Canmore te maken. Daar moeten een paar leuke wandelroutes zijn. Nou, gewandeld hebben we, maar echt inspirerend was het niet. Dan maar terug in noordelijke richting. Via Freeway 1 rijden we Banff weer voorbij tot de afslag Johnson Canyon. Dan kom je op een mooi binnenweggetje. Daar staat langs de weg wederom een grote Elk. Na zo'n 17 km bereiken we Johnson Canyon Falls. Hier parkeren we de auto en wandelen volgens de aanwijzingen richting de waterval. De wandeling gaat grotendeels door een bergkloof die zich minder dan duizend jaar geleden heeft gevormd toen gletsjers zich terugtrokken uit dit gebied. Het water van de beek heeft zich een weg gebaand door het zachte kalksteen. Over houten steigers lopen we door de kloof. De steile rotswanden, het heldere water beneden, de begroeiing, we kijken onze ogen uit. De waterval is de moeite waard. Door een natuurlijke tunnel, die ooit door het stromende water is uitgesleten, komen we zo dicht bij het spectaculaire geweld, dat we de spetters op ons gezicht voelen!
Onderweg komen we een heel brutaal eekhoorntje (een mantel eekhoorn) tegen. Als Gradus op z'n hurken gaat zitten en de hand uitsteekt, is hij zelfs nieuwsgierig genoeg om aan de hand te komen snuffelen! Aan het eind van de korte wandeling (wél een stevige klim) komen we bij de waterval. Die is echt gaaf en maakt zoveel lawaai dat je elkaar niet meer kunt verstaan. Even heerlijk in de zon gezeten en dan weer terug gewandeld. Onderaan bij de camper hebben zich inmiddels weer verschillende grondeekhoorntjes verzameld. Ze blijven leuk! We rijden terug richting Banff en besluiten inkopen voor een bbq te gaan doen. Het is veel te mooi weer om binnen te zitten. We kopen gehakt voor Gradus en een heerlijk zalm voor mij. En natuurlijk broodjes, sla en alles wat verder lekker is bij een bbq. Terug op het kampeerterrein eerst heerlijk met een biertje in de zon. Wát een leven. Onze squirls laten zich inmiddels weer overal zien. Gradus gooit een cashewnootje naar ze toe, nou, dát is lekker! Lekker genoeg om héél dichtbij te komen.
We verdelen de taken, Gradus zorgt voor een brandende bbq en ik bereid het eten voor (ja, ja, lekker traditioneel). Mmm, smullen. En wat lekker dat het weer zo goed blijft. Even afsluiten met een lekkere grote beker koffie. Bij de buren ontstaan wat onrust en ja hoor, onze Elk is weer terug. Hij wandelt weer rustig bovenlangs onze tafel en trekt zich van niets en niemand iets aan. Het blijft toch een heel bijzondere ervaring zo'n dier in de eigen omgeving te zien. Inmiddels ontdekken we ook waarom ze in de Trotter reisgids aanraden om iets tegen de muggen mee te nemen (waren we dus vergeten). Het lijkt wel of iedere mug in de wijde omtrek op ons uit is. Zelfs de rook van mijn sigaret ontmoedigt ze niet. Ze steken gewoon dwars door sokken en broeken heen. Shit, dan maar naar binnen. Nou ja, het is ook al bijna 22.00 uur, dus dat geeft niet. Binnen nog een lekker afzakkertje, even de foto's controleren en mijn verslag bijwerken. Dan is het toch weer zo na elven en slaat op natuurlijke wijze de vermoeidheid toe. We besluiten wel ons bed iets anders in te richten en een deken onder ons te leggen. Misschien houden we het dan deze nacht iets warmer.

Wildlife gespot: 3 Elks, 2 boomeekhoorns en héél veel grondeekhoorns

Dinsdag 13 juli
Banff – NP Camp Waterfawl Lakes langs freeway 93
echt adembenemend!En deze is zéker niet minder mooi!Bij het wakker worden om kwart over acht wederom strak blauwe lucht. Lekker buiten ontbijten, terwijl de grondeekhoorntjes van de kruimeltjes meeeten. We besluiten vandaag naar Lake Louise en Lake Moraine te rijden en daarna ergens een kampeerplaats te zoeken. Direct als we de afslag A1 nemen, staat er weer een Elk langs de weg. Lake Louise is niet al te ver, dus dat is meteen de eerste stop. Het meer is echt adembenemend mooi, blauwgroen met op de achtergrond de besneeuwde bergtoppen. Echt een plaatje, maar er is helaas veel te veel volk. Dus even kijken, een paar fotos schieten en wegwezen. Bij Lake Moraine, ongeveer 13 km verderop, is aanmerkelijk minder volk. Het oogt iets ruiger, maar zeker niet minder mooi. Links van het meer kun je het puinveld nog zien dat de waterstroom tegenhield, waardoor het meer ontstond. We blijven hier even hangen met een beker koffie en chocoladekoek. De vogels die om de kruimels vechten zijn net zo sierlijk als dat ze lawaai maken (rare zinsconstructie.. maar je snapt 't wel).
Tussen de beide Lakes ligt één kampeerplaats, maar deze ligt pal langs het spoor en er staat een hele rij wachtende campers. Dit trekt ons niet, dus besluiten we de weg richting Jasper te nemen en zodra we een mooie plek zien te stoppen. We pakken de Freeway 93. Deze is vanaf het begin prachtig om te rijden. Stoppen dus zodra er een plek is om een paar mooie foto's te nemen. We rijden verder tot camp ground Waterfawl Lakes. Hier moet je jezelf registreren en het geld in een zakje doen. Voor 6 dollar mag je zoveel hout pakken als je wilt. Als we de camper op een mooi plekje hebben gezet, gaan we eerst een eindje langs het Lake lopen. Erg mooi uitzicht. We blijven er een tijdje heerlijk in de zon met een biertje op een picknickbank zitten. Als de honger toeslaat, terug naar de camper. Terwijl ik voor de spaghetti zorg, zorgt Gradus voor het vuur. Helaas blijkt bij de standaard uitrusting van de camper geen bijltje te zitten, en met de grote stukken hout krijg je natuurlijk nooit een vuurtje aan. Maar dan is er altijd weer een behulpzame Canadese buurman.
Wat heerlijk om met een volle buik en een beker koffie bij je eigen vuurtje te zitten. Volop genieten!
Tegen half elf hebben we ons hout opgebrand en wordt het buiten ook weer vochtig. We zetten er een punt achter. Lekker binnen nog even lezen.

Wildlife gespot: een Elk en veel eekhoorntjes

Woensdag 14 juli
Waterfawl Lakes – Jasper – Whistlers Campground
Wát een route!Vanochtend lekker uitgeslapen tot half 9. Direct na het ontbijt inpakken en weer verder. We blijven de Freeway 93 volgen, die vanzelf overgaat in de zgn. Columbia Icefield Parkway. Wauw, wat een weg. Je valt echt van het ene geweldige uitzicht in het andere. Meren, gletsjers, bossen en bergtoppen. En dat terwijl je er met een heerlijk rustig gangetje in de cruise control over heen gaat. Super relaxed! Onze eerste stop is bij de Athabascagletsjer, een tong van het Columbia Icefield. We parkeren bij het informatiecentrum en maken een paar mooie foto's en videobeelden. Je kunt ook een toeristische rit in een groot voertuig over de gletsjer maken, maar dit wordt in de Trotter reisgids afgeraden, duur en je ziet niets. Aangezien we ons tot nu toe goed op onze 'Trotter' hebben kunnen verlaten, besluiten we dat nu ook te doen. Na nog even van de frisse berglucht en het uitzicht te hebben genoten, rijden we verder. Na een paar kilometer staan er twee sneeuwgeiten met een jong langs de weg. Het schijnt dat ze zich zelden langs de weg laten zien, dus dat is toch leuk meegenomen. De volgende stop is bij de Sunwapta Falls. Hier parkeren we de wagen en lopen het kleine stukje naar de waterval. Mooi plaatje en een leuke plek om even een koffiepauze in te lassen. Van hieruit vervolgen we de geweldige Icefield Parkway en stoppen nog een derde keer bij de Athabasca Fall. Het water stort zich hier met geweld in een heel nauwe canyon. Fotootje en dan verder naar Jasper. Het is jammer dat de weg is afgelopen. We komen terecht op de Whistlers Campground. Prima camping waar we ook een vuurtje mogen stoken. Vlak bij de ingang staat een muildierhert te grazen. Leuke binnenkomer. Er is geen plek met water en elektra beschikbaar, maar we hebben voorlopig voldoende elektra 'aan boord' en water kunnen we op een centrale plaats vullen, dus dat is geen probleem. Bij het vulstation raken we aan de praat met een Canadees die als dertienjarige jongen vanuit Nederland met zijn ouders hierheen is geemigreerd. Hij blijkt nog verbazend goed Nederlands te praten.
Nadat we ons plekje hebben bekeken besluiten we eerst boodschappen in Jasper te gaan doen. Jasper is een leuk klein stadje. Niet overdreven druk, maar wel gezellig. We kopen een eigen bijltje en een goede muggenstick. En bij de boodschappen een fles Canadese Rose. Vervolgens even een lekkere salade op het terrasje van “Something Else” en dan terug naar de camping. Bij de houtplaats eerst even het hout voor het vuurtje inladen, dat scheelt veel gesleep. En dan is het tijd om met een biertje in de zon te gaan zitten!
's Avonds heerlijk gebarbecued. Om 21.00 uur is er in het outdoor theater op de campground een verhandeling over de grizzly beer. De Canadese onderzoeker die zijn verhaal houdt, doet dit op een erg leuke manier, met veel humor. Het uur vliegt om. Terug bij de camper stookt Gradus het vuurtje weer op en blijven we heerlijk tot half twaalf buiten zitten. Dan weer even de foto's van die dag doorkijken en het verslag bijwerken. Dan is het inmiddels 00.30 uur. We verbreken weer een record.

Wildlife gespot: 3 sneeuwgeiten, 2 muildierherten en 2 boomeekhoorns

Donderdag 15 juli
Jasper
De lucht is wederom strak blauw. Om 9.00 uur eerst naar de receptie gelopen om te vragen of er vandaag een plek met elektra vrij is. We hebben mazzel en kunnen direct verkassen. We hebben eigenlijk dubbel mazzel, want de plek die we nu krijgen is aan de bosrand en veel mooier dan die waar we vandaan komen. Eerst een lekker hartig ontbijtje. Inmiddels arriveren er 'buren'. Het blijkt een Amerikaans gezin te zijn en gradus is al snel druk met de buurman in gesprek. Bij ons tweede bakje koffie gaan we eens kijken wat we vandaag gaan doen. We besluiten naar Maligne Lake te rijden, zo'n 50 km van Jasper. De weg er naartoe is erg mooi en we komen diverse borden tegen met waarschuwingen voor overstekend wild. We mogen er ook nergens harder dan 60 km rijden. Wederom geen beer te zien, maar wel diverse hindes. Erg mooie en ranke beestjes. Doordat we zo langzaam moeten rijden, doen we een uur over deze kleine afstand.
Het meer is erg mooi met de bergen op de achtergrond. We lopen er een klein stukje langs en fotograferen nog een paar Canadese ganzen. Inmiddels hebben we trek gekregen en nemen bij het restaurant dat aan de Lake staat een heerlijke 'stew', een soort supergevulde soep. Mmm, heerlijk zo buiten in het zonnetje met zo'n uitzicht!
Vanaf Maligne Lake rijden we terug en worden onderweg een beetje suf van de warme en de volle maag. Dus bij een mooi plekje stoppen en even een dutje doen. Wat een leven, he?
Vanaf ons stopje (zo'n uurtje) rijden we door naar Lake Edith. Onderweg staat er een groepje van vijf hindes langs de kant te grazen. Het blijft geweldig, ik raak er niet op uitgekeken om al deze dieren zo in hun eigen omgeving te zien. Volgens de Trotter gids zou je in Lake Edith lekker moeten kunnen zwemmen. Dit is eventueel een idee voor de volgende dagen, dus gaan we vast op verkenning. Ziet er inderdaad aanlokkelijk uit.
We rijden terug naar Jasper en gaan naar het 'softrock cafe' waar je ook kunt internetten. Even een e-mail naar het thuisfront sturen. Vandaaruit wat boodschappen doen en een pizzaatje meenemen voor het avondeten. Terug op de camping eerst een biertje, want de temperatuur heeft vandaag zeker de 25 graden bereikt. Het is inmiddels ook al bijna zeven uur, dus steken we ons vuurtje aan en peuzelen de pizza samen op. We zitten nog tot ongeveer half tien buiten bij ons vuurtje als het begint te druppelen. De paar druppels worden er al snel heel veel, dus gauw het laatste hout droog leggen en de camper in duiken. Leesvoer genoeg om ons nog even te vermaken.

Gespot wildlife: veel hindes en diverse boomeekhoorns

Vrijdag 16 juli
Jasper
Vanochtend uitgeslapen tot bijna half tien en ook na het ontbijt nog een tijdje lekker rustig blijven zitten bij de camper. Tegen het eind van de ochtend gaan we eerst bij de houtplaats ons kampvuurhout aanvullen. De houtplaats ligt naast “marmot field” een groot veld dat vol zit met holen van “Columbian ground squirrels” ofwel de ontzettend leuke grondeekhoorns. Ik kan het niet laten er toch weer een paar op de foto te zetten, terwijl Gradus ons zijvak met hout vult. We besluiten door te rijden naar Whistlers Mountain, maar eerst nog even naar het thuisfront te bellen. Dit lukt helaas niet, of het aan ons of aan de telefooncel ligt wordt niet helemaal duidelijk, maar er komt geen verbinding tot stand. Dan morgenochtend maar proberen, want door het tijdsverschil kun je alleen 's ochtends bellen.
Whistler's Mountain is genoemd naar de bergmarmotten die een heel hoge fluittoon maken als ze in gevaar verkeren. Vanaf beneden gaat de “Jasper Tramway” ophoog, een kabelbaan die gebouwd is in 1964. De baan is bepaald niet goedkoop, 21 dollar per persoon. Maar onze 'Trotter' beweert dat het de moeite waard is, dus dat doen we maar. En het wás de moeite waard. Wat een spectaculair uitzicht boven op deze 2300 meter hoge berg! We staan op gelijke hoogte met de sneeuw en er staat een heerlijk fris windje en de zon schijnt volop. We lopen vanaf het bergstation nog een eind verder de berg op. Dat valt vies tegen, wat het is ontzettend stijl. We moeten echt verschillende keren stoppen om op adem te komen. Op het bovenste vlakke gedeelte staat een grote steen in de vorm van een bank. Hij lijkt ons te roepen. We blijven heerlijk een half uurtje in de zon zitten voor we weer naar beneden afzakken. Bij het bergstation is het inmiddels aardig druk met mensen die weer naar beneden gaan en we moeten zo'n 40 minuten wachten. Met een camera vol mooie foto's rijden we vanaf het benedenstation naar Jasper om wat boodschappen te doen. We hebben niet veel nodig, want in Jasper eten we een burger en frieten. We halen meteen een stukje waslijn om de uitgewassen handdoeken aan op te hangen. Én nog een fles van die heerlijke canadese rosé, want die smaakte prima!
Terug bij de camping zien we een hele groep hindes met een paar kleine exemplaren erbij. Gauw nog een foto schieten. Vervolgens naar ons plekkie om met een glaasje nog even van het namiddagzonnetje te genieten. Het leven is zo prima vol te houden. Even het opgehaalde hout uitladen en kleinhakken en dan brandt er ook zo weer een heerlijk vuurtje. De hond van onze Amerikaanse buren zit een eekhoorntje uit te dagen. Het beestje gaat in de boom flink tekeer, waarschijnlijk doordat er een nest met jonge eekhoorntjes zit. Uiteindelijk is hij de hond te slim af door gewoon met een geweldige sprong naar de andere boom te springen. Gaaf gezicht! Het was al met al weer een prima dagje. We besluiten morgenochtend verder te rijden, maar hebben niet direct een einddoel. We zien wel waar we terecht komen.

Gespot wildlife: hele groep hindes, veel grondeekhoorns en enkele boomeekhoorns

zaterdag 17 juli
Jasper – Mount Robson – Robson Shadow Campground
de hoogste berg van de RockiesVanochtend om half negen opgestaan. Rustig ontbijten, douchen en de camper weer startklaar maken (water vullen en sceptic tank legen) voor we om 11.00 uur het campground verlaten. Het belooft weer een warme dag te worden. We rijden eerst naar Jasper om nog een paar boodschapjes te doen en de gastank met propaan bij te vullen. Dan slaan we de 16 op richting Mount Robson. Inmiddels is het al rond het middaguur. We rijden in een stuk door tot Mount Robson. Bij het infocentrum is ook een klein restaurantje en staat een aantal picknicktafels. Tijd voor koffie en een van de heerlijke muffins die hier overal te koop zijn. In de boom waaronder onze tafel staat, blijken verschillende 'hummingbirds' ofwel kolibries te zitten. Prachtig om naar te kijken hoe deze vogeltjes, die net zo groot zijn als mijn duim, in de lucht op één plek blijven hangen.
Mount Robson is indrukwekkend en wordt dan ook gefilmd en gefotografeerd. Het is met zijn 3954 meter de hoogste berg van de Rockies. We wandelen naar het infocentrum en informeren naar mogelijke campings in de buurt. Er zijn er drie en we rijden naar 'Robson Shadow Campground' omdat deze langs de “Fraser River” ligt. Het is een kleine campground met maar 30 plaatsen. We hebben geluk, ook omdat we nog redelijk vroeg zijn, en kunnen nog uit diverse plekjes kiezen, waaronder nog drie plaatsen aan het water. We kiezen de meest schaduwrijke plek. Wat een superplekje. De Fraser raast langs ons op, de bus staat mooi in de schaduw en er is voldoende ruimte om langs het water te zitten of op de picknickbank. En een mooi vuurplekje. We blijven de rest van de middag lekker op de campground en 's avonds maak ik weer eens spaghetti met sla klaar. Tot bijna middernacht zitten we bij ons vuurtje. Inmiddels ben ik begonnen in een boek dat zich geweldig leent om juist hier te lezen “Ceders in de sneeuw” van David Gutherson. Een aanrader! Ik blijf dan ook in bed nog lezen tot de ogen dichtvallen…

Wildlife gespot: een boomeekhoorn met een geblesseerd oog

Zondag 18 juli
Mount Robson

We blijven een dagje op deze heerlijke campground hangen. Na de koffie rijden we naar Valemount, want daar zou een interessante wandeltocht door het Robert Starratt Wildlife Sanctuary zijn. Dit valt tegen. De wandelpaden zijn weinig inspirerend en door het vochtige gebied stikt het er van de insecten. We worden er stapelgek van. Vanaf het wildlife viewing platform kan ik wel een leuke foto van het moerasachtige gebied maken, maar verder kon het ons niet echt boeien. We rijden terug door het plaatsje Valemount en kopen brood voor morgenochtend en een telefoonkaart. We proberen al een paar dagen naar huis te bellen, maar met de mobiel is in dit gebied nergens ontvangst te krijgen en bij de openbare cellen moesten we minimaal 8 dollar aan muntgeld ingooien en dat had je dan juist weer niet bij de hand. Nu dus het thuisfront even laten weten dat we ons prima vermaken en ons er even van verzekerd dat de huisdieren het goed maken (had ook eigenlijk niet anders verwacht).
In de Tete Jaune Lodge (op de kruising van de 16 en de 5) besluiten we ons eens lekker te verwennen. Het is inmiddels al half twee en het restaurant heeft een heerlijk terrasje aan het water en een nog betere menukaart. Dat was smullen! Dan redden we het vanavond wel met een flinke muffin bij de koffie ;-) Tegen half vier zijn we terug op de campground. Gauw de schaduw in met een lekker biertje. Na een uur vallen mij de ogen bijna dicht en we gooien de achterklep van de camper open, waardoor ik heerlijk op het bed in de open lucht een dutje kan doen. Om half zeven dan tijd voor de koffie. We besluiten de avond met een perfect kampvuur en het laatste restje van mijn Canadese rosé.

Wildlife gespot: een grondeekhoorn en veel Canadese ganzen

maandag 19 juli
Mount Robson – Bridge Lake – Cottonwood Bay Resort
Iets na negenen opgestaan, wederom onder een strakblauwe lucht. Aan het ontbijt kregen we drie bezoekers, een boomeekhoorn, een grondeekhoorn én een kolibri. Het blijft geweldig, al die dieren om je heen.
Nadat we opgeruimd zijn, eerst nog even lekker onder de douche. Dan vertrekken we via de 16 en slaan bij Tête Jaune Cache af naar links, de 5 op. Aan deze Yellohead South Highway stoppen we voor een kopje koffie (… oké, mét muffin). We wilden oorspronkelijk rond Clearwater een camping zoeken, maar de een vinden we te rommelig (wordt met een grote CAT-graver vanalles verbouwd) en bij de ander staan de campers veel te dicht op elkaar. We zijn misschien een beetje verwend met alle mooie plekjes tot nu toe? We besluiten door te rijden en slaan bij Little Fort de 24 op. Een erg mooi weggetje! Halverwege stoppen we bij de Cottonwood Bay Resort, een kleine campground met 30 plaatsen aan het Bridge Lake. We zijn blij dat we deze keus gemaakt hebben, want hier hebben we wederom een mooie vrije plek. De eigenaars blijken drie jaar geleden uit Duitsland geemigreerd te zijn. Een bijzonder aardig echtpaar. Voor 4 dollar kopen we een bundel hout voor het vuur 's avonds. We moeten echter ook nog wat boodschappen voor de bbq doen. We vragen Hans-Peter waar we dit het best kunnen doen en het blijkt dat er 2 km verderop een kleine 'store' is. Als we willen, kunnen we de camper laten staan en de fietsen van Hans-Peter en Eva meenemen. Nou, graag natuurlijk. Na de boodschappen ploffen we heerlijk in de zon in onze stoeltjes met een biertje. Gradus wijst me op een specht met haar jong dat achter ons in de boom zit. De moederspecht tikt de bast van de boom en haalt hier de insecten onder uit, die ze vervolgens aan het jong voert.
's Avonds lekker bbq, gevolgd door een wat koudere avond bij het vuurtje. In tegenstelling tot de vorige avond, toen we om 23.00 uur nog in ons hemd zaten, moeten we nu de fleecetrui aan.

Gespot wildlife: een boomeekhoorn, een grondeekhoorn, een kolibri, twee spechten en twee overstekende hertjes.

Dinsdag 20 juli
Bridge Lake
Vanochtend lekker uitgeslapen. Tot eind van de ochtend is het nog lekker zonnig weer, en we zitten heerlijk buiten met koffie en een boekje in de zon. Dan begint het te waaien en donkerder te worden. Echt een onaangenaam koude wind. We gaan nog net op tijd naar binnen, want dan komt ook de regen. We brengen een paar lekker luie uurtjes in de camper door, Gradus met zijn muziek dvd's en de laptop en ik met een goed boek. Als het weer opklaart, lenen we wederom de fietsen. 's Avonds een pannetje chili en gelukkig toch weer een vuurtje, al is het ook vanavond behoorlijk koud. We nemen samen de kaart door en besluiten om morgen naar Cache Creek te rijden. Ik werk nog even mijn verslagje bij en voor twaalfen liggen we op bed.

Gespot wildlife: geen… tja, dat krijg je met zo'n luie dag

Woensdag 21 juli
Bridge Lake – Cayoosh Creek
Na het ontbijt weer even gebruik gemaakt van de lekkere douche die deze camping biedt. Rommel opruimen, water en elektra afsluiten en we zijn weer klaar voor vertrek. We blijven nog even staan praten met de eigenaars van Cotton Bay Resort. Hans Peter vertelt dat er in de omgeving drie zwarte beren zitten. Een ervan wordt regelmatig op de camping gespot omdat hier veel bessenstruiken staan. Shit, dat hebben wij weer gemist… we zijn hier al ruim twee weken en het lijkt uit alle verhalen wel alsof er achter iedere boom een beer schuilgaat, maar wij zien 'm niet! We moeten de hoop nog niet opgeven zegt onze gastheer; in de omgeving van Whistler worden ook regelmatig beren gesignaleerd.
We vertrekken richting 100 Mile House. Iets verderop is een ranche met bizons. We blijven even naar deze imposante dieren kijken. Vlak voor Lone Butte zien we nog een kleine hinde langs de kant van de weg. We slaan op de 97 linksaf richting Cache Creek. Dit is overigens geen mooie weg, bepaald geen aanrader. Maar zodra we zo'n 10 km voor Cache Creek de 99 richting het zuiden opslaan, wordt het weer prachtig! Wat een totaal andere natuur ineens. Je krijgt het gevoel dat er vanachter de heuvels ineens een groep Indianen te paard kan opduiken. Het decor zou niet misstaan in een film van Sergio Leone.
We willen in of rond Lillooet een camping zoeken. Er zijn er twee, maar de ene heeft een vreselijk uitzicht over de rivier waar aan de andere kant afgravingen plaatsvinden en de ander lijkt meer op een groot parkeerterrein. Daar hebben we geen zin in, dus besluiten we in Lillooet eerst bij de supermarkt de (koel)kast goed te vullen en dan door te rijden en te zien waar we uitkomen. Zo'n 10 km ná Lillooet, nog steeds op de 99S, zien we een bordje camping. Hup, stuur om en kijken of het iets is. Wat hebben we weer eens mazzel. Niet alleen is het een héél nette en rustige campground met prachtig uitzicht op de bergen, maar hij is ook nog eens gratis! Bij de ingang moeten we een kaartje invullen (registeren verplicht), waarop tevens staat dat dit een camping uit een serie van 8 BC Hydro campgrounds is. Deze worden door de staat bekostigd. Tot onze verbazing ligt er zelfs een goede voorraad hout waar je gewoon van mag pakken. 's Avonds heerlijk gebarbecued en van een mooi vuur genoten. Er zat vlak achter ons een boomeekhoorntje, maar deze was bijzonder schuw. Wel ongelooflijk om te zien op welke kleine en buigzame takjes deze beestjes kunnen balanceren.
We zijn het met elkaar eens dat we weer een goede keus hebben gemaakt en sluiten de dag tevreden af. Het was prachtig weer en het is (inmiddels 23.00 uur) nog steeds warm.

Gespot wildlife: een hinde en een boomeekhoorn

donderdag 22 juli
Cayoosh Creek – Squamish
Na het ontbijt de spullen ingepakt en verder de 99 afgezakt. Bij Whistler zouden we nog beren moeten kunnen spotten. We zijn benieuwd… de weg naar beneden is in ieder geval erg mooi en afwisselend. We passeren Kamloops en rijden langs het mooie Coastal berglandschap naar Whistler. We willen in de buurt van whistler kamperen, maar dat blijkt een grote tegenvaller. Niet alleen vinden we Whistler zélf niet erg bijzonder, maar de enige campground die er is (zo'n zogenaamde 'resort') is niet alleen véél te duur, maar ook nog eens een lachertje. Op de plaatsen zelf staat het hutje-mutje. De camping blijkt dan ook vol, maar voor 25 dollar zouden we op het tentenveld mogen staan. Dat klinkt niet verkeerd, dus gaan we een kijkje nemen. Hoe durven ze het aan te bieden! Het is gewoon een superlelijk stuk kiezelparkeerterrein ergens achter de camping, tussen de gedumpte rotzooi. En dan voor 25 dollar. We rijden meteen verder en zakken de weg verder af naar het zuiden. Uiteindelijk komen we bij een kleine campground, tussen Cheekye en Squamish. Het is niet veel bijzonders, maar we mogen er een vuurtje maken en er is een douche aanwezig.
Na een koud biertje besluiten we bij de campingbeheerster te informeren of zij suggesties heeft voor de overtocht naar Vancouver Island. Zij adviseert om in ieder geval de boot te reserveren, want in juli zit hij regelmatig vol. Het is de 15 dollar zeker waard. We hebben een gratis nummer voor reserveringen en kunnen haar telefoon gebruiken. Het is een heel gedoe, want op alle gestelde vragen moet je het antwoord op de telefoon intoetsen en niet iedere vraag is even duidelijk óf komt nogal onverwacht. Het blijkt dat het al niet meer mogelijk is vanuit Horseshoe Bay over te varen, dus boeken we op de boot van 13.00 uur voor de overtocht Tsawassen – Victoria.
Na het eten zitten we nog een tijdje lekker bij het vuur en gaan op tijd naar bed, want morgen moeten we ook op tijd vertrekken vanwege de ferrie.

Gespot wildlife: helaas….

Vrijdag 23 juli
Squamish – Juan de Fuca Provincial Park
's morgens vroeg op (vóór achten) en direct na het ontbijt douchen en wegwezen. De route naar Vancouver verloopt vlot en ook dóór Vancouver gaat het prima. We zijn uiteindelijk al voor half twaalf bij Tsawwassen. Aan het loket bij de ferrie blijkt dat we onze hoogte niet juist hebben ingeschat. Daardoor kunnen we niet op de gereserveerde plaats staan. De juffrouw aan de terminal vindt dit ook wel erg sneu en gaat haar best doen toch een plekje op de boot van 13.00 uur voor ons te regelen. We moeten ons om 12.00 uur weer melden. Dat geeft ons tijd op het parkeerterrein even een bakje koffie te zetten.
Klokslag 12.00 uur staan we weer bij de terminal. Gelukt. We krijgen onze ticket. We moeten ons opstellen in rij 34 bij de hoge voertuigen. Om kwart voor een gaat de rij de boot op. Dit gaat allemaal erg vlot. Zodra we de auto hebben geparkeerd, sluiten we 'm af en gaan aan dek. De overtocht is dan wel tamelijk duur, maar ook echt heel mooi. gave overtochtWe varen tussen de vele kleine eilandjes (Southern Gulf Islands) door en zien allerlei bootjes over het zonovergoten glinsterende water glijden, voor we na anderhalf uur Vancouver Island bereiken.
We besluiten om Victoria heen te rijden en de 14 langs de westkust te pakken. Als we uiteindelijk tussen Sooke en Jordan River een provincial park campground vinden, blijkt deze helemaal vol met gereserveerde plaatsen te zijn. Da's balen, want we hebben onderhand een beetje genoeg van het rijden. Dan maar verder richting Port Renfrew. Ongeveer halverwege zien we links langs het strand een paar campers staan. Het is niet helemaal duidelijk of het gewoon een plek voor dagjesmensen is of dat je er ook mag overnachten. Als we erop rijden, zien we dat er ook overnachtingsplaatsen zijn. We twijfelen een beetje omdat het maar een paar plekjes zijn en het terein er een beetje verwaarloosd uitziet. Op het strand staat een picknicktafel waaraan twee mensen zitten te borrelen. Het blijkt een Amerikaans echtpaar en we spreken ze aan. Zij blijven hier ook slapen en volgens hen is dit het énige plekje op het eiland langs de hele westkust waar je letterlijk aan het strand kunt staan. We hakken de knoop door en parkeren de auto met de neus richting de 'Strait of Juan de Fuca'. Aan de overkant zien we Washington liggen. De Amerikanen nodigen ons uit bij hen aan de picknicktafel te komen zitten en al gauw zitten we met z'n vieren te kletsen en te borrelen. Dit gaat over in een gezamenlijke barbecue, waarbij Sharon voor ons lekkere aardappels bakt en Ray sterke verhalen vertelt. Het is reuze gezellig en na het eten maken we een groot vuur op het strand. Het wordt de eerste avond waarop we écht lekker doorzakken. Tot half twee vullen we onze glazen en gooien we nieuw hout op het vuur. Als het laatste blok is opgebrand (en wij zelf ook) zoeken we onze campers op. Dit was echt een goed besluit van een leuke dag!

Wildlife gespot: een zeearend

Zaterdag 24 juli
Juan de Fuca Provincial Park – Chemainus – Bald Eagle Campground, 19 CAD
Gradus en ik hebben het ontbijt al op als Jay en Sharon uit de camper komen. Sharon heeft het excuus dat ze wat jaartjes ouder zijn… we drinken nog samen koffie en dan gaan onze vrienden-voor-een-avond weer op pad. Ze willen vandaag nog naar Victoria en daarna de boot naar Washington nemen. Zelf gaan we eens even de kaart bestuderen. We hebben het gevoel dat het niet zinvol is verder naar boven te rijden, dus keren we om en pakken voor Victoria de 1 naar boven richting Nanaimo. We hebben geen vast plan, maar willen eens kijken of er langs de oostkust een plekje is. 5 kilometer ten zuiden van Chemainus staat er een camping in de gids die we hebben gekregen met campings in het gebied. Hij wordt omschreven als mooi en aan de rivier. Aangezien we sinds gisteren officieel een hittegolf hebben (wij hebben zelf al sinds anderhalve week iedere dag meer dan 30 graden) klinkt dit wel lekker. De camping lijkt in eerste instantie aardig en we krijgen een schaduwrijk plekje. Maar als we vervolgens naar de 'rivier' wandelen, blijkt dit een vieze stilstaande drab te zijn waar je écht niet in wilt zwemmen! Verder stikt het op de camping van de lawaaierige kinderen én volwassenen, zijn de toiletten vies en de douche is al niet veel beter. We hebben spijt van deze keus, maar ja, daar is nu niets meer aan te doen. We pakken de auto en rijden naar het stadje Chemainus, waar veel muren beschilderd zijn door kunstenaars met taferelen zoals het vroeger was. Deze zogenaamde 'murials' zijn op de wanden aangebracht om het stadje een toeristische impuls te geven. Voorheen leefde men hier voornamelijk van de houtindustrie, maar door economische problemen werd in 1982 de grote houtzagerij gesloten.
We lopen door het stadje naar de kust, wat best een aardige wandeling is. Daar blijven we een uurtje zitten en vervolgens wandelen we omhoog en eindigen op het terras van een restaurantje. Hier doen we ons eens lekker tegoed aan een maaltijd. We kopen ook een briket-blok, want volgens de campingeigenaar mag er op het hele zuidelijk deel van het eiland geen houtvuur meer worden gestookt in verband met de droogte. Als we 's avonds weer bij de camper zitten, is het briket toch maar een armzalige vervanger voor de vuurtjes die we gewend zijn! We gaan vroeg naar bed ben besluiten morgen ook vroeg te vertrekken!

Gespot wildlife: geen beest houdt het vol in de buurt van deze camping!

Zondag 25 juli
Chemainus – Sproat Lake Provincial Park campground, 17 CAD
Vroeg opgestaan. We besluiten het ontbijt over te slaan en meteen te vertrekken. Wel even de watertank bijgevuld en de sceptic tank geleegd. We rijden verder noordelijk richting Nainamo en bij de eerste mooie stopplaats gaan we lekker buiten ontbijten. Boven Nainamo slaan we naar links de 4 op, richting Tofino en Ucluet. Dit is echt een schitterende weg, heel bochtig en afwisselend. In de verte zien we prachtige besneeuwde bergtoppen en we passeren verschillende meren. Vlak voor Port Alberni brengen we een bezoek aan Cathedral Cove, het laatste deel van het oerbos dat vroeger heel het eiland bedekte. Cathedral Cove maakt deel uit van het McMillan Provincial Park en aan Highway 4. Hier staan enorme Douglas sparren en Ceders, echt onvoorstelbaar. Sommige bomen zijn wel achthonderd jaar oud. De grootste spar in dit park heeft een omtrek van negen(!) meter. In 1997 woedde er een zware storm over het eiland, waardoor veel oude bomen zijn omgewaaid. Op zich natuurlijk er jammer, maar ze vormen nu wel weer een voedzame bodem voor de volgende generatie woudreuzen. En juist door de omgewaaide reuzen krijg je een goed beeld van de dimensie.
We stoppen uiteindelijk bij Sproat Lake, hier is een campground dat weer bij het provincial park hoort. Dat betekent geen stromend water en geen electra. Er is ook geen receptie o.i.d. We moeten de verschuldigde 17 dollar voor de overnachting in een envelop stoppen en deze in een bus bij de ingang deponeren. Het bonnetje gaat achter de voorruit van de camper en daarmee hebben we een plekje om te slapen vanavond.

Snel het zwemgoed aan en op naar het meer. Er zijn veel leuke inhammetjes en alles ziet er prima uit. Lekker gras, zowel zon als schaduw en niet echt druk. Heerlijk middag zo!
's Avonds barbecuen we en krijgen soms bezoek van een donkere boomeekhoorn. Er zitten er hier heel veel, maar de meesten laten zich nauwelijks zien. Schijnbaar zitten we noordelijk genoeg om een vuurtje te mogen stoken, want er is hier nergens een verordening te vinden. Dus kunnen we de avond weer besluiten met een lekker glaasje bij het vuur.

Gespot Wildlife: diverse boomeekhoorns

Maandag 26 juli
Sproat lake Provincial park - Rathtrevor Provincial Park
We hebben besloten niet verder naar de andere kant van het eiland te rijden. Ucluelet en Tofino zijn naar horen zeggen érg druk. Dus rijden we terug naar de kust tussen het eiland en het vaste land (Strait of Georgia) en stoppen in Rathtrevor Provincial Park, zo'n 3 km ten zuiden van Parksville. We hebben echt supermazzal dat we hier nog een plekje krijgen, want kampeerplaatsen aan zee zijn snel bezet. Het is dan ook een zgn. 'gedeelde' plaats, dat wil zeggen dat er nog een camper bij kan komen staan. Dat gebeurt dus prompt. Maar de ruimte is groot genoeg en doordat ieder de stookplaats aan de andere kant heeft en de campers er tussenin staan, heb je absoluut geen last van elkaar (ja, ja, na een paar weken Canada wordt je een beetje mensenschuw). Ook hier zijn de campingplaatsen nog steeds omgeven door majestueuze oude bomen. Rathtrevor Beach Provincial Park is toch nog 347 ha groot en ligt aan de monding van de Englishman River. Het biedt zandstrand, wat op het eiland tamelijk bijzonder is.
We maken er een lekkere luie middag van: zonnen, zwemmen, lezen, eten en drinken. Dat is zo lekker van vakantie, het mag gewoon! 's Avonds na het eten eerst nog even een heerlijke strandwandeling gemaakt. Het strand ligt vol met knotsen van oesters en veel grote aangespoelde stukken wrakhout, helemaal grijs uitgeslagen van het zout. En heel veel watervogels natuurlijk, die het op de aangespoelde oesters hebben voorzien. De dag wordt natuurlijk afgesloten met het bekende vuurtje.

Gespot wildlife: wederom enkele boomeekhoorns en krabbetjes en oesters (oké, niet spectaculair, maar toch)

Dinsdag 27 juli
Rathtrevor Provincial Park - Victoria
Op tijd opgestaan en een lekker uitgebreid ontbijtje. Vervolgens rijden we in een ruk naar beneden naar Victoria. Victoria is de hoofdstad van British Columbia en met ongeveer 2000 uur zon en 700 mm regen per jaar is deze stad ideaal voor de populaire vrijetijdsbesteding van haar inwoners: tuinieren. Kleurrijke bloemen tref je dan ook overal aan.
Er ligt een kleine camping in de haven van een buitenwijkje van Victoria, maar helaas is deze al vol. De eigenaar zegt dat we tegen gereduceerd tarief op de parkeerplaats mogen blijven staan en dan wel van de voorzieningen gebruik mogen maken. Dat blijkt helemaal geen gek idee, want de parkeerplaats ligt pál aan het water. Eigenlijk een heel mooi plekje en erg rustig. We zijn al op tijd gearriveerd en pakken dan wat is'ie liéfook meteen 's middags een havenshuttle (minibootje) naar het centrum van Victoria. Dat is echt superleuk. De bootjes varen overal langs en de bestuurder geeft bij alles wat je onderweg ziet uitleg. We hadden de ontzettende mazzel dat er in de haven een lekkere dikke vader-zeehond en een moeder met haar jonkie lagen te zonnen! Wat een leuk gezicht, volgens de bootsman wagen ze zich niet vaak in de haven. Dat pak je dan weer mooi even mee.
Gáve stadVictoria is een érg leuke stad, ondanks dat het een ware toeristische attractie is. Heel Brits, wat vooral in de stijl van de gebouwen, de dubbeldekkerbussen en de in 'China & Woolens' gespecialiseerde winkels goed is terug te zien. De vele victoriaanse huizen en bakstenen warehouses dragen ook bij aan het typisch Engelse beeld. Ik las in mijn Trotter dat gepensioneerde ambtenaren en officieren uit het koloniale leger Victoria beschreven als "More British than the British". Maar ook een ander deel van de geschiedenis wordt zichtbaar: Thunderbird park is een park vol totempalen midden in de stad, waarmee aandacht wordt besteed aan de de oorspronkelijke bewoners: de indianen.
Alle haventjes zijn vol leven, er is muziek en er staan allerlei artiesten. Terrasjes en leuke straatjes in overvloed. Ook Victoria heeft haar Chinatown; een aaneenschakeling van Chinese apothekers, kruidenwinkeltjes en restaurantjes. Een heel welbestede middag.
's Avonds trakteren we onszelf op een heerlijke maaltijd buiten op een terrasje vlak bij de haven en op de weg terug naar onze ferry scoren we nog even zo'n heerlijke beker koffie van Starbucks. Deze keer geen vuurtje, dat kan niet in de haven van Victoria. Maar wél een prachtig uitzicht over de verlichte stad en de haven.

Gespot wildlife: 2 roofvogels en drie zeehondjes!

Woensdag 28 juli
Victoria - Peace Arch (nabij White Rock)
Aangezien we gisteren uitgebreid in Victoria hebben rondgewandeld, besluiten we vandaag de overtocht terug te maken. Op die manier weten we in ieder geval zeker dat we op tijd terug op het vaste land zijn. In drukke tijden (en het is nu tóch juli) wil het weleens gebeuren dat je helemaal niet meer mee kunt met de boot, en met een camper in te leveren en een vliegtuig te halen, nemen we maar geen risico. Op tijd terug dus.
Na het ontbijt rijden we rustig richting boot. We drinken onderweg nog lekker koffie en zijn om 12.00 uur op de boot. Dat viel dus reuze mee. Ondanks dat we dit op de heenweg al hebben gedaan, blijft het een geweldig leuke overtocht. De wind op het water is een verademing in deze warmte en het uitzicht met alle eilanden is echt spectaculair.
Terug op het vaste land rijden we richting Vancouver en besluiten ergens buiten de stad een plekje te zoeken. Dat lukt vrij vlot, een nette camping met lekkere douches. Maar ja, na de nationale parken is een camping tóch gewoon een camping..., maar het voldoet voor een dagje acclimatiseren. 's Middags rijden we naar het plaatsje White Rock, een druk toeristisch plaatsje aan de kust. Leuk om hier langs de boulevard te wandelen en een beetje rond te kijken. Eind van de dag hebben we hier echt héérijk Indiaas gegeten! Op de terugweg halen we bij Starbucks een beker ijskoffie voor op de camping. Vuur maken mag hier niet, dus na een laatste biertje gaat Gradus op bed muziek luisteren en werk ik het verslag weer even bij. We kruipen er op tijd in.

Wildlife? Welk wildlife?

Donderdag 29 juli
Peace Arch
We hebben nog een dag zoet te brengen en gebruiken die om een groot deel van de dag te luieren (lekker lezen en in de schaduw zitten) en verder om de camper 'inleverklaar' te maken. Dat betekent: sceptic tank legen, poetsen, eigen spullen weer inpakken, etc. Een tamelijk suf dagje dus, maar ach.. aan alles komt een eind. (gats, schrijf ik zulke onzin?)

Wildlife: telt Gradus die een sceptic-tank leegt mee?

Vrijdag 30 juli - Zaterdag 31 juli
Peace Arch - Vancouver Airport
Vanochtend vroeg op. De camper moet vóór x uur zijn ingeleverd en hoewel het niet ver is, wil je toch geen risico nemen. Het is uiteindelijk zelfs nog even zoeken naar het juiste adres. Maar alles loopt op rolletjes, de camper wordt al snel helemaal goedgekeurd (we krijgen zelfs nog een complimentje dat hij er zo netjes uitziet, nou we hadden ook genoeg tijd om te poetsen ;-) en dan de laatste papieren regelen, bakkie koffie en we worden door de shuttledienst naar het vliegveld gebracht. Het begin van de lange reis naar huis. In het vliegtuig blijkt er een geweldige eikel voor ons te zitten, die zelf constant met vanalles en nog wat de aandacht van het hele vliegtuig vraagt, maar vervolgens bij de stewardess klaagt dat hij last van Gradus z'n muziek heeft, terwijl hij dit via de discman met oortelefoontje afspeelt! Hij had echt vreselijk mazzel dat ik m'n kotszakje niet nodig had!
Bij aankomst op Schiphol wacht Richard ons op. Lekker is dat, als je alleen even door de douane hoeft en dan meteen naar de auto met chauffeur! Thuis bleken er enkele familieleden meer aanwezig te zijn, met soep en belegde broodjes. Een leuke ontvangst, want je zit toch vol van alles wat je hebt meegemaakt en het is leuk als je dat meteen even van je af kunt praten.
Na vertrek van de familie duurde het niet lang voor we allebei op de bank lagen te snurken, maar wél met een big smile! We zijn het roerend met elkaar eens: dit was niet de laatste keer dat we in Canada zijn geweest. Wát een heerlijke vakantie, wát een geweldig land.